logo box 450x250 historie dba67b

Deel 33: Catsop ~vervolg~


’t Bluuske

’t Bluuske is de naam voor de kapel van Catsop. Bluuske is een samentrekking van belhuuske (belhuisje). De kapel had namelijk een dubbelfunctie. Het was niet alleen een kapel, maar ook de drager van de alarmbel van Catsop. Bij brand en onraad werd de bel geluid en dan dienden alle weerbare mannen zich te verzamelen (er stonden hoge boetes op het niet verschijnen). De kapel is een Mariakapel in de 16e eeuw komen we ze tegen als de “Onse lieve vrouwe Maria capelle oft beldhuysken”. We denken overigens dat de kapel altijd op dezelfde plaats heeft gestaan.

Ut Bluuske aan ut Veldgaet. De combinatie kapel / alarmbel is duidelijk zichtbaar. De kapel is een Mariakapel. Kapellen gewijd aan Maria staan vaak daar waar de hoofdtoegang tot de velden lag. Dit heeft te maken met Maria als symbool voor vruchtbaarheid.
Ut Bluuske aan ut Veldgaet. De combinatie kapel / alarmbel is duidelijk zichtbaar. De kapel is een Mariakapel. Kapellen gewijd aan Maria staan vaak daar waar de hoofdtoegang tot de velden lag. Dit heeft te maken met Maria als symbool voor vruchtbaarheid.

Ut Einj (het Einde)
De straat het Einde begint bij de kapel en vormt de verbinding met Hussenberg in Geulle. Het Einde is een vrij recente naam. In de archieven komt hij niet voor. Daarin wordt het eerste stuk van het Einde “het Catsopper Veltgaet” genoemd. De toegang tot de velden van Catsop. Rond 1900 was Horsterweg de officiële naam voor het Einde. We denken dat de naam het Einde lange tijde alleen in de volksmond de aanduiding voor deze straat is geweest en uiteindelijk straatnaam werd. Wanneer de naam overgegaan is in het Einde is ons niet bekend. Ongetwijfeld was dit een aanduiding voor het uiteinde van het gehucht. In de trant van “’t Einde van Catsop”. Vanuit het Einde vertrekken nu nog  een aantal veldwegen. Maar ook de doorgaande Geversdellenweg, de Horsterweg en de Daalstraat moet men in eerste instantie als toegangsweg naar de velden zien. Later zullen dit pas doorgaande wegen worden.

Het Einde 1940. Het Einde 1940.

Goed is te zien dat (inclusief de Daalstraat) vanuit het Einde 5 veldwegen vertrekken. Het Einde werd dus niet voor niets “het Veltgaet” genoemd, de toegang tot het Catsopperveld. Hoewel het in de lijn der verwachtingen zou liggen dat ook Catsop werd omgeven door een ring van dichte heggen met valderen in de toegangswegen, hebben we daar toch (nog) geen vermeldingen van aangetroffen. We denken dat een dergelijke ring wel om Catsop heeft bestaan.

In eerste instantie was het Einde de toegang tot het Catsopperveld. Hoewel deze veldnaam nu niet meer wordt gebruikt, komt hij in de archieven herhaaldelijk voor. Het is een verzamelnaam voor de velden die liggen tussen de bebouwing en het vlakkere gebied onder de hellingen van (de nog te behandelen velden) de Hoogte, de Geversdelle, de Horst, de Hoakel en de Heuvel. Samen de velden van Catsop. Namen van velden waarin de plaatsnaam voorkomt worden in het algemeen tot de oudste velden van een gemeenschap gerekend.

Op ’t Einj Op ’t Einj

Het Einde was waarschijnlijk eerst een doodlopende ontginningsweg die naargelang de ontginningen vorderden steeds meer vertakkingen kreeg. De weg wordt echt belangrijk als de ontginningsweg naar de Horst zich ontwikkeld tot een doorgaande weg over Oensel naar Valkenburg. De verbinding tussen het Einde en de Eykskensweg  (de Geversdellenweg) is nog niet zo oud. Ook deze liep in eerste instantie dood. Deze weg werd doorgaand toen het belang van de Holstraat als verbinding met de Eykskensweg afnam als gevolg van de aanleg door de Heide van de Postbaan (einde 18e eeuw) en er een verbinding ontstond, of belangrijker werd, van de Eykskensweg via het Einde en zo verder tot aan de kruising in de heide bij restaurant Ruimzicht.

Catsop rond 1800
Catsop rond 1800.

Het gehucht is feitelijk een knooppunt van wegen welke in de loop der tijd verschillend van belang zijn geweest in de interlokale verbindingen om uiteindelijk te eindigen als veldweg of secundaire verbindingsweg. Links ziet men nog letters van het woord Meers. Op de Tranchotkaart heet Catsop Cleen Meers. Men zegt dat de mensen de Franse tekenaars van de kaarten bewust wat wijs maakten m.b.t. de namen. Zo heet Terhagen op de kaart Catsop.

De Daalstraat
Langs deze straat, waarvan we al een naamsverklaring hebben gegeven, heeft zich een van de drie groeikernen van Catsop gevormd. Gezien de regelmatige indeling van percelen en overeenkomstige bouw van de boerderijen lijkt het erop dat deze kern planmatig is aangelegd. De straat is waarschijnlijk ook jonger dan de bebouwing aan de Dries. De straat is in oorsprong een veldweg waarlangs boerderijen werden gesticht die ofwel aan een aparte hof (de Gebranden hof) verbonden waren of te maken hadden met uitbreiding van de velden in een grote ontginningsgolf. Hierdoor kwam meer grond beschikbaar dan de bestaande boerderijen erbij konden nemen en ontstond er ruimte voor nieuwe bedrijven. Het was zeer in het belang van de eigenaren van de woeste gronden, in deze de Heer van Elsloo, dat deze ontgonnen werden. Hoe meer “grausen” werden omgezet in akkerland en gecultiveerde weilanden, hoe meer cijnsopbrengsten. Ook toen al probeerde men door schaalvergroting meer inkomsten te verkrijgen, er is niets nieuws onder de zon.

De Daalstraot. In eerste instantie de route vanuit Catsop naar het Seeckendaal en de heide, later een drukke verbindingsweg voor het verkeer van en naar Geulle. De Daalstraot. In eerste instantie de route vanuit Catsop naar het Seeckendaal en de heide, later een drukke verbindingsweg voor het verkeer van en naar Geulle.

Op de Dreesch
Het centrale plein van Catsop is den Dries. Dit de naam voor de weg vanaf de kapel naar het plein toe en het plein zelf. Het plein zelf wordt door de Catsoppenaeren de  “Dreeschpool” genoemd. Zoals we zullen zien, is historisch gezien “Dreeschpool”  de correcte naam voor het plein. Rond 1900 heten de straten rond het plein en de straat naar de kapel niet de Dries. Ze hebben allemaal aparte namen. Op zich wonderlijk hoeveel straatnamen er toen bestonden tussen de Dreeschpool en de kapel. Om te beginnen was toen het kleine stukje weg langs het plein tussen de Catsopperstraat en de Kampstraat geen weg maar een voetpad en heette Driesscher voetpad. Vanaf de Catsopperstraat, langs het plein tot achter de kapel was de Kapellerstraat. Bij de kapel werd er overigens nog een aparte naam gevoerd voor het stukje weg dat langs de kapel de Daalstraat met het Einde (toen Horsterweg) verbond. Dat was de kapellersteeg. De weg vanaf de Kampstraat en Holstraat langs het plein tot de Kapellerstraat was de Driesscherweg. Uiteindelijk verdwijnen ook weer deze namen en worden de wegen tussen de kapel en de Catsopperstraat  “de Dries”.

De Dreesch 1845  De Dreesch 1940
De Dreesch 1845 
De Dreesch 1940

Hoewel de kaarten niet in dezelfde positie worden weergegeven, kan men toch goed zien dat alleen de westkant van de Dries in 100 jaar is veranderd door bij en herbouw van panden. Op de kaart uit 1845 is goed de Dreeschpool te zien die tot ver in de vorige eeuw op de plaats van het plein heeft gelegen. Een dergelijk poel had verschillende functies. Hij was op de eerste plaats een drinkpoel voor het vee en verder een reservoir voor bluswater. Om verdamping van het water en opwarming te voorkomen, stonden om de poel bomen. Er staan nog steeds bomen op het pleintje.

Den Dreesch in Catsop Den Dreesch in Catsop

De naam dries was in de middeleeuwen een term in de landbouw. Een stuk land dat men tijdelijk braak liet liggen, lag “dries”. Dries zou dus braak liggen kunnen betekenen. Herhaaldelijk komen we vermeldingen tegen van stukken land die tijdelijk “dries” lagen. Een dergelijke dries liet men begroeien met gras en er werd vee op geweid. Nu kan ook het omgedraaide het geval zijn geweest. Dat dries eigenlijk sloeg op het gebruik van het braakliggende land als veeweide, dus dries niet voor braak maar als een aanduiding voor een al of niet tijdelijke veeweide. In Catsop was de Dries blijkbaar een aanduiding voor permanente weide.  

De Dries in Catsop besloeg niet alleen het huidige pleintje. Dit was slechts een onderdeel van een dries die veel groter was. In de archieven komen we een weide tegen die op de Dries lag en de Holstraat liep over de Dries. Hoewel de begrenzingen moeilijk te herleiden zijn vermoeden we n.a.v. deze vermeldingen dat de Dries oorspronkelijk (deels) het vlakke gebied is geweest ten zuiden van het pleintje (en misschien ook nog onder de Bussegraaf) . We zien deze dries als een gezamenlijke veeweide die extra bemest werd voor het melkvee en de kalveren. Dicht bij de nederzetting en goed te bewaken. Misschien is de Dries, of delen ervan, ook gebruikt als plaats waar men het vee ’savonds na beweiding bij elkaar dreef. Het huidige pleintje met de drinkpoel was eigenlijk een hoek van deze grote dries omsloten door de wegen die over de Dries liepen. In de loop der tijd breidt de bebouwing rond het pleintje zich uit en raakt dit afgezonderd van het geheel. Het overige deel van de Dries had toen waarschijnlijk zijn functie als gezamenlijke weide verloren en werd verkaveld.

Nog eens de Dries in 1845. Nog eens de Dries in 1845.

Afbeelding hierboven: Men ziet dat tussen de Holstraat en de Kampstraat één groot perceel ligt, maar ook aan de andere zijde van de Kampstraat. Het lijkt erop dat hiervan een aparte hoek van is afgezonderd voor huizenbouw. We denken dat  deze percelen, samen met het pleintje, de oorspronkelijke Dries hebben gevormd. Mogelijk is hij nog groter geweest aangezien de Holstraat over de Dries liep. Midden over deze Dries gaat ook de afvoer van het hemelwater door een droogdal, misschien dat hiervan hemelwater naar de poel werd geleid om het water ervan te verversen.

Laat reactieformulier zien